Nieuws


SMA-rt: Stand van Zaken


Op 24 februari jl. publiceerde SCA in antwoord op vragen omtrent de ‘Eindbeoordeling bij Asbestverwijderingswerk Risicoklasse 1’ het document 10-046. Daarop is vanuit verschillende perspectieven op gereageerd.


8 maart 2010

SCA heeft het document opgesteld naar aanleiding van de beleidsregels die later zijn opgesteld dan de arbeidsomstandighedenwet. De vrijgave na risicoklasse 1 sanering leek nergens beschreven te staan, daarom is er destijds ook een opleveringsverklaring geschreven, maar deze opleveringsverklaring alleen voldoet dus blijkbaar niet.

Onderdeel AK (Beleidsregel 4.51a)
De vervallen beleidsregel 4.55 gaf voorschriften voor de eindmeting bij asbestsloop. Beleidsregel 4.51a komt voort uit deze beleidsregel. De titel is gewijzigd om aan te geven dat de voorschiften niet alleen gelden bij sloop, maar ook bij andere werkzaamheden met asbest. De beleidsregel geeft nu voor de verschillende risicoklassen aan, waar de eindbeoordeling uit moet bestaan. Voor risicoklasse 1 is alleen een visuele inspectie voorgeschreven in het Arbobesluit; de beleidsregel geeft aan volgens welke methode deze wordt uitgevoerd (het onderdeel “Visuele inspectie”in NEN norm 2990.) Opgemerkt dient te worden dat deze norm spreekt over “containment” hetgeen in risicoklasse 1 niet van toepassing is. Hier dient uitgegaan te worden van inspectie van de “werkplek” waar werkzaamheden met asbest plaatsvonden. Voor risicoklasse 2 en voor de extra eindbeoordeling in risicoklasse 3 is ook de NEN norm 2990 aangewezen als methode voor de eindbeoordeling. De verzwaarde eindbeoordeling in risicoklasse 3 is een beoordeling van de asbestconcentratie in de lucht, zowel in de ruimte waar de werkzaamheden met asbest plaatsvonden (vaak in containment) als in de naast de arbeidsplaats gelegen ruimten. Door de bepaling, zoals die is verwoord in de beleidsregel, is aangegeven dat ook de beoordeling in de naastgelegen ruimten plaats moet vinden volgens NEN 2990. Daarbij dient te worden opgemerkt dat waar de NEN 2990 het heeft over “het containment”of “de afgeschermde ruimte”, dit dient te worden gelezen als “de naast het containment (of de afgeschermde ruimte) gelegen ruimte(-n)”. Het onderdeel visuele inspectie wordt beoordeeld conform NEN-EN-ISO/IEC 17020 (RvAInspectie (beleidsregel 4.51a) terwijl de luchtmeting wordt beoordeeld conform NEN-ENISO/ IEC 17025 (RvA-Testen) (beleidsregel 4.47). Over het algemeen geldt dus dat een laboratorium, dat een eindbeoordeling na de werkzaamheden in risicoklasse 2 en 3 uitvoert, voor beide verrichtingen geaccrediteerd behoort te zijn.


9 maart 2010

In de toelichting van de Staatscourant 348 lees ik het onderstaande, dus welke eindmeting hier vervallen is weet ik anders ook niet:

Kostenreductie
De te verwachten kostenreductie van het onderhavige voorstel wordt voornamelijk bepaald door het gegeven dat bij het werk in de laagste risicoklasse (1) niet langer voldaan behoeft te worden aan een aantal strikte voorschriften. Zo vervallen de fysieke afscherming (op onderdruk) van handelingen, de uitvoering van de handelingen door een gecertificeerd bedrijf onder toezicht van een deskundige en door gecertificeerde personen en het aanbieden van arbeidsgezondheidskundig onderzoek door de werkgever aan de werknemer. Ook behoeven de registers van het arbeidsgezondheidskundig toezicht en van de aard, mate en duur van de blootstelling voor iedere werknemer niet meer te worden bijgehouden. Bovendien wordt het opstellen van een uitgebreid werkplan vervangen door een standaardbeschrijving van de uitvoering van het routinewerk en vervalt de eindmeting (na asbestverwijdering). Het betreft een lichter regime van regelgeving dat ook al van kracht was voor een aantal nader aangeduide eenvoudige en routinematige handelingen met een laag risico op blootstelling aan asbest. De totale reductie van de bedrijfslasten die hiermee gemoeid is, wordt geschat op € 5,7 miljoen per jaar. De administratieve lastendruk zal ook dalen, ten eerste omdat de administratieve verplichtingen in risicoklasse 1,2 en 3 afnemen. Hiermee is een verlaging van ca. € 234.000 voorzien. Ten tweede wordt een verlaging van de administratieve lasten gerealiseerd vanwege het gebruik van een elektronisch databestand, waaruit ook een werkplan kan worden gegenereerd door een bedrijf dat handelingen met asbest verricht die in risicoklasse 2 en 3 zijn ingedeeld (ca. 50% van het aantal handelingen met asbest). Hiervoor is een verlaging van ca. € 177.000 geraamd2. Deze kostenreductie zal met ingang van 1 januari 2007 merkbaar zijn, omdat de genoemde elektronische faciliteit dan beschikbaar komt. De totale reductie van de administratieve lasten bedraagt dus ca. € 410.000.


9 maart 2010

Een eindmeting bestaat helemaal niet bij Klasse-2 Open Lucht, het heeft namelijk totaal geen zin in de buitenlucht te meten, derhalve ook niet bij Klasse-1 werk. Hiervoor dient namelijk een visuele inspectie ingevuld te worden. De uitvoering van de visuele inspectie voor Klasse-2 werk is vastgelegd in de NEN2990-2005, maar aangezien de NEN-2990 geen risicoklassen kent, zal deze voor Klasse-1 werk niet anders zijn. Derhalve dient deze visuele inspectie (voor Klasse-1 werk dus) eigenlijk aan een aantal andere criteria te voldoen, maar deze zijn nog niet bekend. Deze komen voor in de nieuwe NEN 2990-2010.


Wij houden u op de hoogte van de reacties en ontwikkelingen, vanuit VVTB, SCA, over de nieuwe NEN-2990 en uit het veld…